Wat zegt de Koran over joden?
De Koran spreekt op verschillende plekken over joden, vaak in het kader van "mensen van het boek" (ahl al-kitab). Sommige verzen erkennen hun geloof en goede daden; andere gaan over historische spanningen. De interpretatie hangt af van context en traditie.
Kort antwoord
De Koran noemt joden mensen van het boek en erkent in verzen als 2:62 dat zij die in God geloven en deugdelijk handelen beloning bij God kunnen verwachten. Er zijn ook verzen die in een historische context over conflicten of meningsverschillen gaan. Hoe deze verzen worden uitgelegd verschilt per geleerde.
Belangrijke verzen uit de Koran
Soera Al-Baqarah 2:62
“Zij die geloven en zij die het jodendom aanhangen en de christenen en de sabiërs – wie in God en de laatste dag gelooft en deugdelijk handelt, voor hen is bij hun Heer hun loon; geen vrees voor hen en zij zullen niet treuren.”
Uitleg: Dit vers erkent dat ook joden (en christenen en sabiërs) die in God geloven en goed handelen beloning bij God kunnen verwachten.
Bekijk dit vers →Soera Al-Ma'idah 5:5
“Vandaag zijn jullie de goede dingen toegestaan. En het voedsel van hen aan wie het boek is gegeven is jullie toegestaan, en jullie voedsel is hun toegestaan. En (toegestaan zijn) de kuise vrouwen onder de gelovigen en de kuise vrouwen onder hen aan wie vóór jullie het boek is gegeven.”
Uitleg: Mensen van het boek (onder wie joden) worden met respect benaderd; onder voorwaarden is bijvoorbeeld huwelijk en gedeeld voedsel toegestaan.
Bekijk dit vers →Context en interpretatie
De verzen over joden zijn geopenbaard in een tijd waarin de vroege moslimgemeenschap contact had met joodse stammen. "Mensen van het boek" worden onderscheiden van polytheïsten en in veel verzen met respect benaderd. Tegelijk bespreekt de Koran theologische en historische meningsverschillen.
Gerelateerde vragen
Stel een vraag
Zoek naar andere onderwerpen of stel je eigen vraag op de homepage.
